
De start
Voordat de Commissie Carnaval begin 1969 is gaan bouwen aan een ‘openbaar’ carnaval voor de jeugd van het hele dorp, wordt in Goirle al een aantal jaren door de jeugd carnaval gevierd.
Op sommige scholen zien we al uitingen van carnaval in 1960 en in 1961. Ook bij de Instuif wordt in het begin van de zestiger jaren al een start gemaakt met carnaval voor de jeugd. Er volgt een oproep in het Goirles Belang, waarin jongens tussen de tien en veertien jaar wordt gevraagd zich op te geven als kandidaat voor de Raad van Elf. Diverse vriendjes of familieleden melden zich aan. In zijn residentie, het Instuifgebouw, regeert tijdens het eerste ‘open’ jeugdcarnaval Jeugdprins Raymond Frutje de Eerste (Raymond van Rooy), samen met zijn Raad van Elf.
De erkenning
Carnaval 1970 is voor het Goirlese carnaval bijzonder. De erkenning door het gemeentebestuur van het openbare carnaval, blijkt uit de ontvangst van de Jeugdprins en zijn Raad van Elf op het gemeentehuis. Burgemeester Ton van den Wildenberg, die een week voor carnaval officieel als nieuwe burgemeester van Goirle is geïnstalleerd, verricht hiermee zijn eerste officiële daad. In een leuke speech schets de nieuwe burgemeester het carnavalsgebeuren in het dorp en hierna overhandigt hij Prins Willem Frutje de Eerste de sleutel. Vanaf dat moment is de Prins de heerser van het Ballefruttersgat en kan iedere carnavalsvierder vrij en overal in het dorp carnaval vieren.



De oprichting van Stichting Karnaval Ballefruttersgat
Door het succes van de eerste openbare carnavalsviering voor de jeugd in 1970 komt de Kommissie Karnaval snel tot de conclusie, dat Goirle rijp is voor een openbaar carnaval voor alle Goirlenaren. Op 2 maart 1970 wordt in café “Hof van Holland” een vergadering gehouden, waarin de eerste stappen naar een nieuwe carnavalsstichting worden gezet. In de tweede helft van 1970 houdt het bestuur zich verder bezig met het samenstellen van de statuten en van het huishoudelijk reglement. In de statuten wordt de officiële naam van de nieuwe carnavalsstichting genoemd; “Stichting Karnaval Ballenfruttersgat”. De doelstelling wordt in artikel 2 van de akte als volgt omschreven:
‘De stichting stelt zich ten doel het bevorderen van de karnavalsviering in Goirle en omgeving,
zulks in de meest uitgebreide zin en het verrichten van alles wat daarmee samenhangt,
onder welke begrepen de algehele organisatie van alles wat tot dit doel leidt.’
Goirle wordt Ballefruttersgat
Veel plaatsen in Brabant krijgen tijdens de carnavalsdagen een andere naam. Zo wordt Goirle in deze periode ‘Ballefruttersgat’ genoemd en zijn de inwoners ‘Ballefrutters’. Waar komt deze naam vandaan? Eind achttiende en begin negentiende eeuw is de kaatsballenmakerij een tak van nijverheid in ons dorp. In die tijd worden de ballen voornamelijk gemaakt door wevers, die in slappe tijden hun schrale inkomsten willen aanvullen. De meeste ballenmakers hebben in de ‘Ketsheuvel’ ofwel de Kerkstraat gewoond.
De ballen worden gemaakt van een omhulsel van zacht schapenleer, dat bestaat uit zes segmenten. Deze segmenten worden met een pekdraad aan elkaar gehecht. Het laatste vakje wordt open gehouden om de bal te vullen met haren van een koe, een kalf of van een varken. Hiermee worden de duurdere ballen gevuld. De goedkopere ballen worden gevuld met fijngemalen, gedroogde eikenschors. De kaatsballen hebben ook verschillende afmetingen. In het zitbankje van de ballenfrutter zitten enkele gaten, die de grootte van de bal aangeven. De inhoud van de bal wordt met een stompe priem aangeduwd. Het vullen van de ballen wordt ook wel ‘frutten’ genoemd. Hierdoor hebben de Goirlenaren al twee eeuwen de bijnaam ‘ballefrutter’.























